Publicaties in opdracht van Land van Ons e.a. of op eigen initiatief





12 mei 2021


Gepubliceerd in GGO en komende maand in Landscoop van Land van Ons

“Dat de LTO Noord provincies oproept predatoren (roofdieren) actief te bestrijden, leidt af van het werkelijke probleem: het leven is weg uit het Nederlandse boerenland”


Boeren en natuurbeschermers tegenover elkaar
 

“Boeren willen dat het aantal weidevogels in Nederland behouden blijft. Helaas neemt het aantal weidevogels de laatste jaren af. Dit komt onder andere door roofdieren.” Deze bewering en de oproep om predatoren actief te bestrijden, schoot natuurliefhebbers in het verkeerde keelgat en heftige reacties volgen.
 


Grutto in de vlucht (Foto: Peter Ganzeboom)


In een persbericht op 7 april van LTO Noord wijzen boeren naar roofdieren als het gaat om de achteruitgang van weide- en boerenlandvogels. “Wij geven om de weidevogels en ons land. Daarom zorgen wij er ook goed voor. Wij hebben hierin een verantwoordelijkheid en doen ook zoveel mogelijk om de weidevogels te beschermen”, aldus Jan Teade Kooistra regiobestuurder LTO Noord regio Noord, in het persbericht. “De laatste decennia zorgen roofdieren voor een grote vermindering van eieren en vogels. Deze waarneming wordt ondertussen door onderzoek ondersteund. LTO Noord roept provincies daarom ook op om beleid te maken zodat predatoren actief bestreden kunnen worden.”

 

Vogelaar Peter Ganzeboom reageert fel: “Uiteraard staan weidevogels op de menukaart. Echter, in een natuurlijke setting is er evenwicht. Prooivogels die zich niet goed verstoppen, vallen ten prooi. De slimmere overleven het. Er is geen enkele rechtvaardiging om predatoren te vervolgen. Zij houden mede de populaties gezond, door de dommeriken, de zieke exemplaren of de zwakke op te ruimen. Alleen de goede genen gaan door. In jaren dat er veel predatoren zijn, zullen er meer andere vogels ten prooi vallen. Maar als daarvan de stand terugloopt, loopt de stand van de predator ook weer terug. Zo golft het op en neer. Dat is  echter in een natuurlijke situatie en in Nederland hebben wij die niet. Wat overigens niet betekent dat het predatoren zoals roofvogels voor de wind gaat.”
 

Hij stelt dat onze weilanden en akkers niet voldoen aan de voor weidevogels belangrijke vereisten. “Ze zijn bijvoorbeeld te kaal en bieden geen plekken om zich voor predatoren te kunnen verbergen, ze zijn niet kruidenrijk genoeg en ontberen insecten om op de kunnen foerageren, weide bestaat meestal uit een van de vele varianten Engels raaigras, waar niets anders tussen kan groeien dan dat gras.”


Daarnaast gaat het beheerstechnisch mis voor de broedende weidevogels. “Uit onze omgeving (Zuidwest Nederland) zijn er voorbeelden van beheerders die in het broedseizoen de waterstand verhogen, met als gevolg het wegspoelen van vogelnesten. Ook het maaibeleid is funest, omdat steeds vaker erg  vroeg gemaaid wordt en meerdere malen per jaar. Nesten worden mee-gemaaid. soms passen boeren hun maaibeleid aan door in etappes te maaien. Dan laten zij strookjes gewas of gras staan waar vogels in kunnen vluchten. Anderen markeren de weidevogelnesten en maaien er omheen. In beide gevallen speelt men predatoren in de kaart. Die hoeven alleen de gespaarde postzegels gewas maar af te speuren of in geval van markeringen: die markeringen op te zoeken. Bijvoorbeeld vossen zijn dit trucje goed meester.”


Ook de NLGO (Vereniging voor Natuur- en Landschapsbescherming Goeree-Overflakkee) reageert met een stevig artikel in Eilanden Nieuws op de beschuldiging van de achteruitgang van de vogelstand aan het adres van de predatoren. “Dat LTO Noord beweert dat boeren goed voor weidevogels zorgen en dat de achteruitgang van eieren en vogels te wijten is aan roofdieren, is van een kwaadaardige domheid. Moeten nu werkelijk alle roofvogels, vossen, kraaien en marters worden doodgeschoten volgens LTO Noord om zogenaamd de weidevogels in Nederland te redden? Terwijl die weidevogels het loodje leggen omdat hun kuikens geen eten hebben, zonder insecten, op die keiharde, gortdroge grond?”
 

Enkele feiten
Nederland meet 43.000 vierkante kilometer. Daarvan bestaat 18 % uit water, vooral het IJsselmeer. Van de resterende 34.000 km2 is 60 % in handen van boeren, 20.000 vierkante kilometer, 2 miljoen hectare. Op die 2 miljoen hectare houden de boeren op ieder moment van het jaar 100 miljoen kippen, 12 miljoen varkens, 3,8 miljoen runderen en 1,3 miljoen geiten en schapen (CBS 2020). Tachtig procent van de grond wordt direct of indirect gebruikt voor de veeteelt: weidegrond, hooiland, maisvelden.


Sinds 1970 is de stand van onze nationale vogel de grutto met 75 procent teruggelopen. Op Goeree-Overflakkee zijn er, op een paar vogels op de  buitendijkse gebieden  en polder de Koudenhoek na, geen grutto’s. Patrijzen zijn helemaal verdwenen van de kop van Goeree, nog enkele op Flakkee. Veldleeuweriken, kieviten, tureluurs, graspiepers, slobeenden, gele kwikstaarten, allemaal boerenlandvogels, allemaal achteruit gehold.


Het bestuur van de NLGO legt de verantwoordelijkheid voor de achteruitgang van de biodiversiteit bij onze manier van boeren. “We hebben met z’n allen, boeren, consumenten (ja wij ook!), Rabobank, politiek en de LTO de afgelopen vijftig jaar voor een systeem gekozen dat onvermijdelijk leidt tot de ineenstorting van complete ecosystemen. Minister Carola Schouten, zelf toch een boerendochter, weet het, de Europese Unie weet het, heel wetenschappelijk Nederland weet het.”
 

Industrialisatie van de landbouw
Auteur wijst op alle denkbare technieken die boeren gebruiken om het maximale uit het land te halen. “Boeren ploegen, injecteren mest, hanteren de gifspuit, laten de waterschappen het grondwaterpeil verlagen zodat ze in maart met de trekker snel het land op kunnen, maaien tot vijf keer per jaar het Engels raaigras dat als kuilgras aan de koeien wordt gevoerd, zetten grote stukken vol met mais, verwijderen drie tot vier per jaar de begroeiing  langs de sloten en hangen drones boven het land om de kwaliteit van de grond te meten: de industrialisatie van de landbouw heeft in Nederland een hoge vlucht genomen. En als we het in het buitenland goedkoper kunnen halen (soja uit het Amazonegebied), zullen we het niet laten.”

 

Boeren beheren een kerkhof
Hat artikel vervolgt: “Het netto resultaat is dat het overgrote deel van het Nederlandse boerenland sinds 1970 veranderd is een groene woestijn. Er zijn geen bloemen, geen kruiden, geen insecten, geen vogels, vrijwel geen zoogdieren, de overrandjes zijn wegverkaveld, de heggen verdwenen, de bomen gekapt. De grond is droog, de structuur kapot, het bodemwater vermest, de sloten vol resten landbouwgif. Het Nederlandse oppervlaktewater is het vuilste van Europa, 0,3 procent is nog schoon. Nederlandse boeren zijn de beste ter wereld maar ze beheren een kerkhof.”

 

In de krant van 23 april toont LTO voorman Frank van Oorschot zich zeer teleurgesteld in de reactie van NLGO en eist hij openbare excuses voordat er verder gepraat kan worden. Op 7 mei krijgt de LTO een publieke reactie in voornoemde krant: “Als zaken verdraaid worden, melden we ons en vertellen we, met cijfers onderbouwd, het werkelijke verhaal.”


Openbare excuses geëist
De ergernis bij de NLGO zit hem in het mooi weer spelen van LTO Noord (‘we zorgen goed voor de weidevogels’), het selectief putten uit rapporten (‘De laatste decennia zorgen roofdieren voor een grote vermindering van eieren en vogels. Deze waarneming wordt ondertussen door onderzoek ondersteund.’) , terwijl dat helemaal niet blijkt uit dat onderzoek (Boerenlandvogelbalans 2020, SOVON)). “En dan nu weer het niet willen horen van de feiten en op hoge toon eisen van openbare excuses van een vereniging die slechts constateert wat er werkelijk aan de gang is op Goeree-Overflakkee.”

 

Tot begin 2000 was de grutto een hele normale broedvogel op het eiland. “De vogels zijn gevlogen. Valt er te leven zonder de grutto? Tuurlijk, we doen het elke dag. Maar de grutto is als de bekende kanarie in de kolenmijn: grutto’s weg, alles weg. Geen insecten, verstoord bodemleven, geen kruiden, geen bloemen, geen kikkers, nauwelijks zoogdieren. En zo ligt het boerenland van Goeree-Overflakkee er momenteel bij. Akkerranden, patrijzenveldjes, het zijn doekjes voor het bloeden, letterlijk.”
 

Falend landbouwbeleid
De publicatie besluit: “Valt het de agrariërs te verwijten dat ze boeren zoals ze boeren? Nauwelijks. De marges zijn smal, de grondprijzen hoog, de druk vanuit de politiek steeds ongemakkelijker, de publieke opinie vijandig. Wij snappen ook wel, dat agrariërs dit niet doet om de natuur te vernielen, natuurlijk niet, wij menen dat hun handelen en bedrijfsvoering een voortvloeisel is van falend landbouwbeleid. Wij als NLGO zijn te allen tijde bereid om mee te praten over de uitdagingen waar agrariërs voor staan: over bodem en beheer, en over veranderingen, die goed zijn voor de boer en voor de natuur.”





april 2021

Voor Land van Ons voor in het magazine Vruchtbare Aarde  
en (her)publicatie april 2021  voor een plaatselijke IVN vereniging


 

Meer biodiversiteit door samen boerenland te kopen
 

Coöperatie Land van Ons

 

Tekst: Maria Evers

 

Het huidige landbouwsysteem put de aarde uit. Door het ploegen en frezen, monoculturen, gebruik van zogenaamde gewasbeschermingsmiddelen (eufemisme voor insecten- en schimmelverdelgers) en gebruik van kunstmest, ontstaat er een ecologische woestijn. Franke Remerie wilde daadwerkelijk iets doen om deze (doodlopende?) ontwikkeling te stoppen. Hij is een van de initiatiefnemers van de coöperatie Land van Ons.

 

“In de tien jaar dat ik door de Achterhoek heen en weer reed van ons eigen huis naar een grote boerderij die we aan het opknappen waren, zag ik de achteruitgang.” De ‘ecologische woestijn’ begon hem te irriteren tot frustratie aan toe: “De afgelopen veertig jaar heeft de technologie de overhand gekregen. Er moest (en moet) steeds meer en meer geproduceerd worden. Gelukkig zijn er steeds meer mensen die nu zien dat we het anders moeten doen. Mijn uitgangspunt is daarbij altijd de natuur. De natuur weet wat werkt en is gebaseerd op symbiose tussen planten en dieren.”

 

Samen m2 boerenland kopen

Toen hij zich ging verdiepen in alle rapporten over de achteruitgang van de biodiversiteit, realiseerde hij zich eens te meer waar het mis gaat: 2/3 deel van ons land is in handen van een kleine groep boeren, die economisch afhankelijk is van de grond. Opbrengstmaximalisatie is dan het logische gevolg en daarmee zijn biodiversiteit en landschapskwaliteit restposten geworden. Met die gedachte ging half november 2019 de coöperatie Land van Ons werkelijk van start. “Door de grond zelf te kopen laat je zien dat je verantwoordelijkheid wil nemen voor een deel van de kosten en kan je ook makkelijker voorwaarden stellen aan het gebruik van de grond.”

 

Biodiversiteit vraagt om andere blik
“Je bent er niet alleen met grond aankopen. We moeten als mens gaan begrijpen hoe dingen werken. Dat klinkt misschien vreemd in deze tijd, maar besef wel dat van de 100 miljoen verschillende organismen op aarde we maar over 1% kennis hebben. Kennisoverdracht is voor ons dan ook erg belangrijk. Je vraagt je dan af op basis waarvan al die bestrijdingsmiddelen worden toegestaan. En hoe kan je daadwerkelijk de biodiversiteit duurzaam herstellen? Het begint bij de bodem, dat besef begint nu langzamerhand wel door te dringen. De symbiose tussen al die miljoenen micro-organismen is veel belangrijker dan we altijd dachten. Bovengronds gaat het bijvoorbeeld over overgangen in het landschap, het aanleggen van een zandweg voor de grondbijen, het op een andere manier gebruiken van meststoffen en een dikke streep door gewasbeschermingsmiddelen (gif dus). Zodat er weer allerlei soorten insecten, vogels, zoogdieren kunnen gedijen. Het gaat in kleine stapjes en slechter zal het er zeker niet op worden.”

 

Korte voedselketen

“Ondanks dat het eerste perceel in Hooghalen in Drenthe pas in april 2020 ons eigendom werd, is het gelukt er dat seizoen boekweit te verbouwen. Op een natuurlijke manier. Een prachtig gewas voor insecten. Waardoor er ook voor veel insecten ruimte is. En de duurzame producten die de grond geeft, gaan samen in een pakket en wordt exclusief aan onze deelnemers verkocht zonder tussenhandel. Voor kostprijs uiteraard.”

 

Ambitie: groeien naar 15% landbouwareaal
Sinds die eerste aankoop heeft Land van Ons ook een perceel bij Lettele (OV), Triemen (FR) en Oud Ade (ZH) en Onnen (Gr) verworven.  Drie andere percelen in respectievelijk Gelderland, Noord Holland en Brabant zitten er aan te komen. “Regionale spreiding vinden we in de eerste jaren belangrijk. Want onze nu 12.000 leden komen uit het hele land. Daardoor komt ons doel stapje voor stapje dichterbij om uiteindelijk 15 procent van de Nederlandse landbouwgrond op te kopen en te verduurzamen.”

 

Iedereen die mee wil werken aan het herstel van het landschap en de biodiversiteit kan deelnemer worden. Je koopt samen landbouwgrond en wordt daardoor mede-eigenaar. Al vanaf iets meer dan 20€ voor twee jaar koop je een stukje grond en beslis je mee in de cooperatievergadering. Maar: verwacht geen financieel rendement. “Land van Ons is geen beleggingsinstelling of beleggingsfonds en wil daar ook niet mee geassocieerd worden. Dat is juist een van de factoren geweest die onze biodiversiteit de nek om heeft gedraaid.” Remerie sluit af: “Het rendement van Land van Ons is kwalitatief: meer biodiversiteit, gezondere grond en een mooier landschap. Daar doen we het voor.”

 

Ook meedoen? Ga naar www.landvanons.nl

 

Kader

[De missie van Land van Ons is een kentering te bewerkstelligen in het uitputten van grond en verdwijnen van plantaardig en dierlijk leven uit ons landschap. Dit vanuit het besef dat ons land en onze grond letterlijk de bodem is onder ons bestaan. En daarmee een tegenwicht en rustpunt is in ons hectische en op economische groei gerichte bestaan. Iedereen binnen Land van Ons zet zich belangeloos in. Met al het talent van onze deelnemers draaien we de organisatie.]



22 april 2021

Boekbespreking door Maria Evers


Tuinen van Overvloed door Fransjan de Waard


Zo’n twintig jaar geleden hoorde ik voor het eerst over permacultuur. Het sprak me aan als een manier van omgaan met de natuur en tuinieren, die bij mij paste, meteen goed voelde. Ik wilde me verdiepen en kwam uit bij, het toen nog enige Nederlandstalige boek over permacultuur: Tuinen van Overvloed van Fransjan de Waard, toen nog Fransje de Waard. Maar dat is een ander verhaal. Hoewel… passend bij het thema biodiversiteit.




Het boek is ingedeeld naar analogie van een levend organisme. Via de wortels naar de stam, de takken, de bladeren, de vruchten en tenslotte de zaden. Uitgelegd wordt dat Permacultuur geen nieuwe manier van tuinieren is maar een totaalconcept in het hele leven. De wortels zijn de intieme verstandhouding tussen de mens en de aarde.  Permacultuur ontwerpt met de principes van de natuur en het leven zelf.


Om te begrijpen, moeten we stil worden en luisteren. Observeren is het startpunt. Een diepgaande observatie, waarbij wordt gekeken hoe de baan van zon gaat, waar de wind vandaan komt, welke planten het goed doen en waar, welke plantencombinaties het goed doen. Uitgelegd worden de principes van gilden, zones, stapelen, ontginnen van de verticale ruimte, het mulchen, de meerdere functies van elementen.


De permacultuur ziet zwarte omgewoelde aarde als een open wond. Een wond op moeder aarde, die geteisterd kan worden door zon, weer en wind. Die uitdroogt, uitspoelt en verwaaid. Erosie; het begin van  het ontstaan van een woestijn. Gelukkig is dit geen onomkeerbaar proces en hebben pioniers hele vlakten herbeplant (Greening the Desert). Maar het geeft goed aan wat de natuur zelf altijd doet met een stuk kale grond:  er gaan pionierplanten groeien. Dat is de eerste natuurlijke fase. De pleister op de open wonde. Later komen de een- en tweejarigen, de vaste planten, struiken en uiteindelijk bomen, tot er - zonder ingrijpen -  een bos ontstaat. Het natuurlijke verhaal van successie. “Een bos is het beste model van een stabiel, zichzelf vernieuwend systeem.”


Wie in dit boek zoekt naar een handleiding voor de moestuin vindt praktische uitleg pas bij hoofdstuk de takken: de toepassingsgebieden en nog specifieker: het onderdeel tuinaanleg. Dit boek dat in 1996 uitkwam is nog altijd heel actueel. ‘Tuinen van Overvloed’ over de wereld waarin wij leven en de  permacultuur als duurzame inspiratie voor de leefomgeving, is een inspirerend boek, dat analyses trekt en alternatieven bespreekt. 


Fransjan de Waard is sinds de jaren ‘80 pionier van de Nederlandse permacultuur en zet zich sinds begin jaren '90 in voor wat we nu voedseltransitie noemen. Dat gaat van lokaal tot aan landelijk - zoals in het Netwerk Natuurinclusieve Landbouw. Verder geeft ze les, ontwerpt, schrijft, inspireert en organiseert vanuit haar bedrijf De Waard Eetbaar Landschap. Haar expertises zijn: compostmeester, permacultuurdocent en -ontwerper, bosbouwer, facilitator sociale processen.

Tuinen van Overvloed Het Spectrum ISBN 90-274-4755-1




1 maart 2021


Interview met Marc Siepman voor Land van Ons, Landscoop
 

De bodem onder biodiversiteit 

De samenhang tussen bomen en planten wordt wel het wood wide web (bodem voedsel web) genoemd, naar de schimmels die communiceren met elkaar en met de planten en bomen om hen heen. Marc Siepman is kenner bij uitstek van de opeenvolgende processen in de bodem.
 

Siepman ziet samenhang in alles om ons heen. “De bodem is zo’n systeem. In een theelepel grond zitten al zoveel organismen met ontelbaar veel relaties, dat we eigenlijk geen idee hebben wat er in de bodem allemaal gebeurt. Toch steken we daar vol goede moed een spa, frees of ploeg in. Of gooien we er kunstmest en pesticiden op. Bij dergelijke ingrepen worden er talloze relaties verbroken. Als je de bodem er de tijd voor geeft, kunnen de relaties zich misschien wel weer herstellen, maar helemaal zeker is dat niet.”


Hij vindt dat het belang van de bodem zwaar onderbelicht wordt. “De bodem is een complexe leefgemeenschap van bacteriën, schimmels, nemathoden, pissebedden, wormen en organisch materiaal. Wanneer dat in voldoende mate aanwezig is ontstaat er structuur, waarmee vocht wordt vastgehouden en ruimte in de bodem ontstaat voor planten om goed te wortelen en voeding op te nemen.”


Hoe passen de inzichten van Siepman in het streven van Land van Ons om meer biodiversiteit terug te brengen in landbouwgebieden? “Diversiteit belangrijk voor een evenwichtig, stabiel systeem. Verhogen biodiversiteit beschermt tegen allerlei plagen, zoals bijvoorbeeld de eikenprocessierups.” Ook ziet hij een grote rol weggelegd in het systeem voor onze inheemse planten. “We moeten inheemse planten weer leren waarderen en stoppen om het onkruid te noemen. Hoe diverser de planten, hoe diverser de dieren en de vogels.”
 

Boekweit
Land van Ons werkt aan herstel van biodiversiteit in cultuurlandschappen, waarin gewassen worden verbouwd. Siepman”: “Bodembewerking kun je niet altijd voorkomen, maar hoe minder bodembewerking, hoe beter vanwege de kwetsbaarheid van de mycorrhizale schimmels. Niet alle planten gaan echter een symbiose aan met schimmels. Bijvoorbeeld de  duizendknoopfamilie, waaronder boekweit (en de amarantenfamilie, de kruisbloemenfamilie, de anjerfamilie, de ganzenvoetfamilie en de posteleinfamilie) doen dat niet. Deze planten zullen minder last hebben van de bewerking.” 

Siepman vervolgt: “Bij oppervlakkige bodembewerking wordt het schimmelnetwerk minder aangetast en de bacteriën blijven op hun plek. Als de bodem echter kaal is, zal de regen deze dicht doen slaan. Een strooisellaag in combinatie met planten verhelpt dit. Schoffelen is dan niet meer nodig.” Ook is het belangrijk dat de grond luchtig blijft en niet door machines of voetverkeer wordt verdicht, waardoor water en lucht niet meer kunnen binnendringen. “Wortelgewassen zijn in een luchtige bodem met minder geweld te oogsten dan in een verdichte bodem. Minder zijn ze geschikt voor voedselbossen, tenzij ze op kleine schaal geoogst worden. Sommige groenten, zoals prei, kun je ook alleen bovengronds oogsten. Er zijn soorten die zichzelf uitzaaien.”

Voedselbos
Als voorbeeld noemt hij het Voedselbos Ketelbroek, waar ongeveer 400 soorten planten en bomen groeien, die bovengronds geoogst kunnen worden. “Granen worden vervangen worden door tamme kastanje en andere noten, sla door jonge lindeblaadjes. We moeten vooral niet te veel vasthouden aan de groenten die we hebben, want veel groente zijn geselecteerd op eigenschappen die ervoor hebben gezorgd dat ze bijna geen voedingsstoffen meer bevatten in verhouding tot de hoeveelheid calorieën.”

“Siepman besluit: “Verstoring kan zonde zijn, maar kan soms ook nuttig zijn (als de bodem zwaar verdicht is, bijvoorbeeld). Bij elke bodembewerking is het echter wel slim om organisch materiaal in te brengen, waaronder goede groencompost. Je kunt met minimale verstoring grote hoeveelheden voedsel produceren.”

 

Bekijk de video van Marc Siepman:  De bodem onze biodiversiteit:  https://www.youtube.com/watch?v=G-ja_iDvOhQ



2 februari 2021

gepubliceerd in Sterna en in Landscoop van Land van Ons

Boom Mensen. Over nut en nadeel van de humanisering van de natuur

Auteur: Jozef Keulartz

recensie: Maria Evers

Bomen en planten zijn levende wezens en onderdeel van alles wat leeft op deze planeet. Maar hebben planten ook rechten? Recht op bescherming, op voeding, op wasdom? Is de volgende stap in de emancipatie van levende wezens de erkenning van de rechten van het plantenrijk?
 



Het beeld dat de mens heerschappij heeft over de schepping en alles naar eigen believen mag gebruiken, is al langere tijd aan het kantelen. Er is erkenning voor de waardigheid van dieren, die via wetgeving beschermd dienen te worden. De oprichting van de Partij van de Dieren is daar een voorbeeld van. 

 

Planten worden vaak gezien als een achtergrond van het leven. Ze worden op een lagere trede geplaats dan dieren en dat terwijl ze juist van vitaal belang zijn voor ons bestaan en voortbestaan. Maar weinig mensen weten dat er ook een Partij van de Planten bestaat. Een partij die duurzaamheid en lange termijn denken hoog op de agenda wil krijgen. Inmiddels gaan er steeds meer stemmen op om de waardigheid van bomen en planten te respecteren.

Door onderzoek is vast komen te staan dat planten en bomen communiceren met elkaar zowel bovengronds als via hun enorme vatenstelsel. Ze kunnen elkaar waarschuwen voor gevaar. Ze kunnen zelfs tactieken toe passen om vijanden om de tuin te leiden. Ze beschikken over een bepaalde vorm van intelligentie. Maar hebben ze gevoel? Ze hebben in elk geval geen centraal zenuwstelsel zoals mensen en dieren. Toch zijn er onderzoekers die beweren dat bomen en planten pijn kunnen ervaren en zelfs over geheugen beschikken.
 

In ons land zijn geen oorspronkelijke bossen meer. Al het bos is aangelegd, zonder oog voor de samenhang van bomen met elkaar. In opkomst is het Plenterbos. Een Plenterbos is voor de bosbouw wat het voedselbos is voor de landbouw. Een soortrijke gemeenschap waarin alle leeftijden en gewichtsklassen door elkaar staan. Op beperkte schaal worden stammen geoogst, maar verder ingrijpen door de mens is taboe.
 

In het boek Boom Mensen probeert Jopzef Keulartz (1947 - emeritus hoogleraar milieufilosofie) zowel de lichtpunten als de schaduwzijden van de vermenselijking van de natuur, en in het bijzonder van planten, in kaart te brengen. Een recentelijk geschreven, leesbaar overzicht van de verschillende filosofische inzichten op gebied van natuurontwikkeling en bosbouw. Isbn 9 789056156602 www.noordboek.nl